Bedrijven die aan weidegang doen of vers gras voeren, kunnen vroeg of laat te maken krijgen met leverbot. Leverbot wint steeds meer terrein in West-Europa. Ook in Nederland en België worden steeds meer besmettingen gemeld. Sterfte door leverbot komt bij runderen bijna niet voor. Maar is deze ziekte daarom minder belangrijk?
Leverbot
Leverbotinfectie of distomatose is een parasitaire ziekte bij herkauwers die veroorzaakt wordt door trematoden of platwormen. De grote leverbot die voorkomt in onze kontrijen draagt de naam Fasciola hepatica. Deze ziekte veroorzaakt wereldwijd belangrijke economische verliezen. De verliezen bestaan voor het grootste deel uit melkproductiedaling, gewichtsverlies en afgekeurde levers in het slachthuis. Daarnaast kan een infectie met leverbot het effect van andere ziekteverwekkers versterken of verminderen of interfereren met hun diagnose. Wat wel eens vergeten wordt is dat deze parasiet ook problemen kan geven bij andere graseters en ook bij de mens.
Leverbot – prevalentie en risicofactoren
Waar vroeger leverbotinfecties alleen maar voorkwamen in meer zuidelijke gelegen landen, zien we de laatste jaren dat leverbot infestaties ook bij ons meer en meer voorkomen. Veranderde klimatologische omstandigheden (mildere winters, hoge temperaturen en meer neerslag) zorgen ervoor dat omstandigheden voor de ontwikkeling van de leverbot verbeteren. Daarnaast zorgen de veranderende weersomstandigheden er ook voor dat de periode met gevaar voor besmetting met leverbot steeds vroeger in het weideseizoen begint.
Maar er zijn nog andere risicofactoren die de uitbreiding van leverbot op een bedrijf in de hand werken. Uit een studie uitgevoerd in Denemarken bleek dat vaarzen en droge koeien die grazen op natte weiden significante risicofactoren zijn om de infectie met leverbot op het bedrijf in stand te houden. Ook de aankoop van besmette koeien, geen of slechte behandeling van besmet jongvee en te weinig controle op al dan niet voorkomen van resistentie mogen niet vergeten genoemd te worden. Zo kan resistentie tegen triclabendazol ervoor zorgen dat leverbotinfecties gestaag uitbreiden.
Leverbot – levenscyclus
De leverbot heeft een indirecte cyclus, waarin de poelslak Galba truncatula als tussengastheer een belangrijke rol speelt. De aanwezigheid van deze poelslak is noodzakelijk om de cyclus van de leverbot te vervolledigen.
In de lever legt de volwassen leverbot eitjes die samen met de gal in de mest van het rund wordt uitgescheiden. Een volwassen leverbot kan per dag wel 4000 tot 7000 eieren produceren. In de buitenwereld komen uit de eitjes trilhaarlarven of miracidiumlarven. Deze miracidiumlarven hebben binnen de 24 uur een poelslak nodig om te kunnen overleven. In de slak ontwikkelen de larven verder tot staartlarven. Deze larven verlaten de slak en komen zo in de weide terecht. Na het verliezen van zijn staart kapselt de larve zich in tot een besmettelijke cyste (metacercaria). Bij het opeten van de cysten via het gras raken graseters besmet. Binnen enkele uren na opname ontstaan juveniele leverbotjes in de dunne darm. Deze botjes boren zich door de darmwand en migreren door de buikholte richting lever en galgangen.
In het rund loopt de levensduur van een leverbot uiteen van zes maanden tot twee jaar.
Figuur 1 De leverbotcyclus in het rund met tussengastheer Galba truncatula
Bij rundvee is een infectie meestal subklinisch en dus sluimerend met economische consequenties tot gevolg. Bij schapen kan het vooral bij jonge dieren aanleiding geven tot acute sterfte.
Leverbot – diagnose
De diagnose van leverbot kan op verschillende manieren worden gesteld. Niet elke methode is op elk moment van de infectie relevant.
Mestonderzoek
Met mestonderzoek (sedimentatie-flotatie) kan het aantal eieren uitgescheiden door volwassen wormen worden aangetoond. De mest (best rectaal genomen) kan gemakkelijk op de praktijk worden onderzocht op de aanwezigheid van leverboteieren met behulp van de Micron Kit, een tool gebaseerd op geavanceerde AI-technologie
De aanwezigheid van eieren van de parasiet is niet alleszeggend en kan ook niet op elk tijdstip worden uitgevoerd. Zo is er in de prepatente periode geen uitscheiding van eieren door de immature stadia. Daarbij staat het aantal eieren gevonden in de faeces niet altijd in relatie met het aantal adulte parasieten in de lever. Na het opnemen van een metacercaria duurt het gemiddeld 10 tot 12 weken tot de leverbot volwassen is en eieren kan uitscheiden. De beste periode om mestonderzoek te doen is 3 maanden na het einde van het weideseizoen. Omwille van intermitterende uitscheiding is het uiteraard best om meerdere dieren uit een groep te bemonsteren. Het aantonen van leverboteieren in de mest geeft informatie over de infestatie in de groep.
Aantonen van antistoffen in het bloed
Een leverbot infestatie geeft aanleiding tot het vormen van antistoffen in het bloed. Vier weken na het opdoen van een leverbotinfectie kunnen deze antistoffen in het bloed aangetroffen worden met behulp van ELISA-test. De antistoffen zijn aantoonbaar tot 180 dagen na een infectie. Dit impliceert dat een besmetting opgelopen in het najaar, in het daaropvolgende jaar nog kan zorgen voor een positieve test op afweerstoffen in het bloed. Deze test kan dus niet gebruikt worden om een effectieve besmetting aan te tonen. Naast het opsporen van antistoffen kan er in het bloed ook gekeken worden naar de leverenzymgehaltes gamma-glutamyltransferase (GGT) en glutamaatdehydrogenase om een idee te krijgen van de leverbeschadiging die er heeft plaats gevonden.
Aantonen van antistoffen in de melk
Via tankmelkonderzoek wordt de Optische Densiteit Ratio (ODR) van antistoffen gericht tegen Fasciola hepatica bepaald. Dit tankmelkonderzoek kan het hele jaar gebeuren, maar preferentieel voor het einde van het weideseizoen. Hiermee krijgt de veehouder een idee over de graad van besmetting op bedrijfsniveau. Een ODR minder dan 0,30 wordt als negatief beschouwd. Een ODR tussen 0,30 en 0,50 wijst op een leverbotbesmetting zonder ernstige productieverliezen. Een ODR meer dan 0,50 wijst op een ernstige besmetting met leverbot met mogelijks negatieve gevolgen op melkgifte en fertiliteit.
Aantonen van antigenen in de mest
Met een ELISA-test die antigenen in de mest opspoort (hoge gevoeligheid) kan er gekeken worden of een dier al dan niet zwaar besmet is.
Lijkschouwing
Op gestorven dieren kan ook gekeken worden hoe ernstig de lever is beschadigd.
Leverbot – preventie en behandeling
Bestrijding van de leverbot berust op twee pijlers.
Preventie
Een goed weidebeheerplan en het overdacht buiten zetten van dieren kan al een heel stuk helpen bij de bestrijding van leverbot. Met een aangepast weidebeheer is het contact tussen de eindgastheer en de infectieuze leverbotstadia sterk te verminderen.
Behandeling
Er zijn verschillende flukiciden op de markt in Nederland. Niet elke product is werkzaam tegen ieder stadium van de leverbot. Triclabendazol met een werkzaamheid tegen alle fasen van de leverbot was het middel dat gedurende jaren gebruikt is geweest om een infectie te bestrijden. Probleem is dat de leverbot steeds vaker resistent blijkt voor dit middel. Daarnaast kan triclabendazol niet gebruikt worden bij melkgevend vee.
Producten met oxyclozanide kunnen gebruikt worden bij melkvee tijdens de lactatie en de volledige droogstandperiode en zijn actief tegen adulte leverbotten. Dopharma heeft sinds enige tijd Distocur® 34 mg/ml met de actieve stof oxyclozanide in het productgamma voor de behandeling van een leverbotinfectie of distomatose bij melkvee.
Referenties
- A.A. Rana et al, Fascioliasis in cattle – A review. The Journal of Animal &Plant Sciences, 24(3):2014, Pages:668-675
- J. Beesley et al, Fasciola and Fasciolosis in ruminants in Europe: Identifying research needs. Transboundary and Emerging Diseases, 65 (Suppl. 1):2018, Pages: 199-216
- J.L. Williams, Liver fluke – an overview for practitioners. http://www.cattleparasites.org.uk/
- Takeuchi-Storm et al, Patterns of Fasciola hepatica infection in Danish dairy cattle: implications for on-farm control of the parasite based on different diagnostic methods. Parasites & Vectors, 2018, 11:674
- Focus op Leverbot, Praktische handleiding. DGZ – Ugent
- Moreau and Alain Chauvin, Immunity against Helminths: Interactions with the Host and het incurrent infections. Journal of Biomedicine and Biotechnology, Volume 2010, Article ID 428593, 9 pages
- J. Flynn et al, Experimental Fasciola hepatica infection alters responses to tests used for diagnosis of bovine tuberculosis. Infection and immunity, Mar. 2007, Pages 1373-1381
- M. Aitken et al, Effects of experimental Salmonella dublin infection in cattle given Fasciola hepatica thirteen weeks previously. Journal of Comparative Pathology Volume 88, Issue 1, January 1978, Pages: 75-84
- K. Howell et al, Co-infection with Fasciola hepatica may increase the risk of Escherichia coli O157 shedding in Britisch cattle destined for the food chain. Prevetmed, 2017
Meer informatie
Wilt u meer informatie over leverbot en Dopharma’s oplossingen hiervoor? We informeren u graag! Neem contact op met ons Technical Support team via [email protected].
Chris Cornelis
Technical Support Dierenarts Herkauwers